Na 21 jaar, en na de dood van Ramos twee jaar geleden, staat de picadinhoclub op het punt opgeheven te worden. De tien leden, die elkaar — op de vervanger van Ramos na — allemaal al kennen vanuit hun jeugd, zijn inmiddels in het stadium in hun leven waarin alles niet blijkt te zijn gegaan zoals ze hadden gehoopt. Als Daniel — de verteller van het verhaal — Lucídio tegenkomt, die verrukkelijk blijkt te koken, wordt de club nieuw leven ingeblazen. Behalve dat na ieder maandelijkse bijeenkost iemand sterft: degene wiens lievelingsgerecht die avond op het menu stond. Eerst lijkt het toeval, maar na drie doden dringt het besef door dat er iets aan de hand is. Toch gaat de club door, overtuigd dat er ergens, op een of andere manier, een reden moet zijn.
Onze kok had een probleem met mijn oven. Hij had drie eenden berekend voor onze groep van acht maar er pasten maar twee eenden in. Hij schoof de derde erin terwijl wij de eerste twee soldaat maakten. Ze waren perfect. João kreunde bij iedere hap. Hij had nog nooit zo’n saus à l’orange geproefd. En ik moet toegeven dat het vooruitzicht om dood te gaan mijn eetgenot verhoogde. Wat Lucídio over de kogelvis had gezegd, klopte: de kansom te sterven had werkelijk invloed op de smaakzin, de smaken kregen een ongekende nuance, je at in een staat van opwinding, ja euforie bijna. Ik dacht aan Ramos’ theorie, die hij uiteen had gezet op het laatste etentje voor zijn dood, dat er in onze eeuwig dolende cellen iets zit wat jaloers is op de verdoemde, wat de zekerheid van de dood benijdt. João voelde dat beslist ook. Ook hij was gezegend met een lot, ook hij genoot die ongekende verrukking van een maaltijd op de drempel van de dood.
Mooie novelle, met een toch wel verrassende ontknoping, de vrijwel los blijkt te staan van de geaccepteerde teloorgang van een groep vrienden.
Vertaling van O clube dos anjos (Braz.).