(Het Oude Koninkrijk, 3)
Lirael, toekomstig abhorsen, en prins Sameth zijn nog steeds op weg naar het Rode Meer, om te verhinderen dat daar iets kwaadaardigs wordt opgegraven. Ze komen net te laat, maar ontdekken wel wat er opgegraven is. Twee halve bollen die, als ze worden samengevoegd, één van de oorspronkelijke negen stralende machten weer in vrijheid zullen stellen. Dat mag niet gebeuren, want deze ene macht heeft zich verzet tegen de sluiting van het Pact, waarop de rest van het Oude Koninkrijk is gebaseerd. Gelukkig worden de halve bollen eerst vervoerd naar buiten het Oude Koningkijk, waardoor Lirael en Sameth wat meer tijd hebben om ze in te halen en iedereen voor te bereiden op een strijd. Lirael beseft dat haar unieke combinatie van gaven, van abhorsen en gedenker, haar in staat stelt om in het Rijk van de Dood terug te zien hoe de negende macht destijds is verslagen, in de hoop dat ze dat nogmaals kunnen doen.
Plotseling zweeg hij, en terwijl hij diep ademhaalde deed hij zijn ogen open. Lirael hield zijn handen nog even in de hare, maar toen ze geen rook meer uit zijn neus en mond zag komen en zag dat de vreemde uitdrukking uit zijn ogen was verdwenen, liet ze hem los en nam ze haar zwaard weer op, waarbij ze de kling dwars over haar dijen legde.
‘Ik ben in grote problemen, hè?’ vroeg Nick met onvaste stem. Hij keek naar de bodem van de boot, met zijn handen voor zijn gezicht, en probeerde beheerst adem te halen.
‘Ja,’ zei Lirael. ‘Maar Sameth en ik, en … onze vrienden… zullen doen wat we kunnen om je te redden.’
‘Maar je denkt niet dat het jullie gaat lukken,’ zei Nicholas zacht. ‘Dit… dit ding… wat in me zit… Wat is het?’
‘Ik weet het niet,’ antwoordde Lirael. ‘Maar het maakt deel uit van een enorm, eeuwenoud kwaad, en door je experiment help je dat kwaad om vrij te komen. En om reusachtige verwoestingen aan te richten.’
Nick knikte langzaam. Toen keek hij op en ontmoette Liraels blik. ‘Het lijkt net een droom,’ zei hij eenvoudig. ‘Het grootste deel van de tijd besef ik nauwelijks of ik slaap of wakker ben. Er gebeurt van alles wat ik me niet kan herinneren, en ik kan aan niets anders denken dan aan de halve…’
Hij zweeg abrupt en er kwam een angstige blik in zijn ogen. Hij strekte zijn handen uit naar Lirael. Ze nam zijn linkerhand in de hare, maar hield haar zwaard vast. Als de geest die in hem huisde opnieuw naar boven kwam en haar niet wilde laten gaan, zou ze zich los moeten snijden, wist ze.
Mooie afronding van de trilogie — vanzelfsprekend met een grote eindstrijd, hoewel daar maar een klein groepje mensen aan deelneemt. Dat vind ik wel zo prettig, want massale veldslagen werken voor mij niet echt op papier. De personages en de sfeer van de wereld waarin zij leven, maken het ook zonder strijd op leven en dood leuk om met ze mee te leven (maar voor het verhaal is zo’n duidelijk doen natuurlijk wel prettig).