Ptolemy’s Gate / Jonathan Stroud

De ster van John Mandrake — Nathaniel — rijst snel door zijn overwinning op de golem. Hij wordt een van de jongste ministers in het kabinet en een favoriet van de Prime Minister. Drie jaar later staat het rijk er slecht voor: de oorlog in de Amerikaanse kolonie vergt veel levens en, onder andere, daardoor morren de ‘gewone’ burgers steeds meer. Kitty Jones heeft zich drie jaar lang schuilgehouden en als dienstmeisje bij een tovenaar het een en ander opgestoken over magie. Nathaniel weet niet dat zij nog leeft — dat heeft Bartimaeus hem nooit verteld. Kitty is achter het geheim van Bartimaeus gekomen, zijn speciale band met zijn vroegere meester Ptolemeus en wil deze kennis gebruiken om de demonen aan de kant van de ‘commoners’ te krijgen. Hoewel ze erin slaagt om Bartimaeus op te roepen, kan ze hem niet overtuigen. De mysterieuze Hopkins, ondertussen, blijkt onderdeel van een veel groter complot van tovenaars die op hun manier ook de samenwerking met demonen willen intensiveren: ze hebben ontdekt hoe ze een demon kunnen opsluiten in het lichaam van een mens om zo direct te putten uit de krachten van de demon. Helaas werkt dit niet helemaal zoals gepland; de demonen laten zich niet zo gemakkelijk insluiten en zien hun mogelijkheid tot wraak. Uiteindelijk moet Nathaniel, die in heeft gezien dat de minachting van de ‘commoners’ voor de tovenaarsregering terecht is, de strijd aanbinden tegen wraakzuchtige demonen, in nauwe samenwerking met Bartimaeus die door Kitty met gevaar voor haar eigen leven is overgehaald.

She looked into the face of the long-dead boy. He smiled at her in what was evidently intended to be an amiable fashion, but the eyes were hard and mocking.
“Well?” he said. “How about it?”
“You’ve just told me,” she said huskily, “about what you would do to me if I broke the protections. You said you’d fall upon me faster than blinking.”
The smile flickered. “Oh, don’t pay any attention to
that. I was only bluffing. You don’t need to believe everything old Bartimaeus says, now do you? I’m always joking, you know that.” Kitty said nothing. “Go on,” the boy continued, “I won’t do anything to you. Put yourself in my power for a moment. You might be surprised. Put your trust in me.”
Kitty ran the tip of a dry tongue against her lower lip. The boy smiled harder than ever; he put such an effort into it that the surface of his face was taut and straining. She looked down at the chalk marks on the floor, then at her foot, then at the chalk again.
“That’s the ticket,” the boy said.
Kitty suddenly realized that she had forgotten to breathe. She exhaled violently. “No,” she gasped. “No, that won’t achieve anything.”
The dark eyes watched her, the mouth a sudden line. “Well,” the djinni said sourly, “I admit my hopes weren’t high.”

Een spannende afronding van het verhaal, met een goed gebruik van de band die door de drie boeken heen is opgebouwd tussen Bartimaeus, Nathaniel, en Kitty. Het enige minpuntje vond ik dat het vertellen vanuit drie personages de omslag van Nathaniel, van de ambitieuze streber John Mandrake terug naar een jongen met rechtvaardigheidsgevoel, niet optimaal uit de verf laat komen.