Noorderveen / Arnaldur Indridason

De oude man met de ingeslagen schedel zou het slachtoffer van spontaan en toevallig geweld kunnen zijn, maar Erlendur gelooft daar niet in. De vreemde boodschap die in het huis bij het lijk van Holberg wordt gevonden — “Ik ben HEM” — maakt een bewuste keus van het slachtoffer waarschijnlijker. Hoewel Sigurdur Óli en de andere collega’s van de IJslandse recherche er niet zo in geloven, volgt Erlendur een spoor uit het verleden van de man. In de jaren ‘60 heeft hij een vrouw verkracht en zwanger gemaakt. Het kind is op vierjarige leeftijd overleden aan een vrij zeldzame, erfelijke ziekte. Een gerucht over een andere, eerdere verkrachting doet Erlendur zich afvragen of er misschien nog een levend kind van Holberg rondloopt.

“Hoe verloor hij zijn dochter?”
“Aan een erfelijke zenuwziekte. Hij was drager maar wist niet dat de ziekte in zijn familie bestond.”
“Een verkeerde vader?” vroeg ze.
Erlendur gaf geen antwoord. Vond dat hij wel genoeg gezegd had.
“Dat is een van de problemen als je een genealogische databank van dit type opzet”, zei ze. “Ziekten hebben de neiging om enigszins toevallig uit een stamboom te verdwijnen en dan duiken ze op waar je ze wel op de laatste plaats verwacht.”
Erlendur stond op.
“En jullie bewaren al deze geheimen”, zei hij. “Oude familiegeheimen. Tragedies, verdriet en dood, alles netjes in computers gerubriceerd. Verhalen over families en verhalen over individuen. Verhalen over mij en verhalen over jou. Jullie bewaren al die geheimen en kunnen ze tevoorschijn halen wanneer jullie maar willen. Een Glaspaleis voor het hele volk.”
“Ik weet niet waar je het over hebt”, zei Karítas. “Een glaspaleis?”
“Nee, natuurlijk niet”, zei Erlendur, hij groette en vertrok.

Qua sfeer zitten de boeken van Indridason in dezelfde hoek als Mankell’s Wallander — voor zover ik kan beoordelen op basis van twee boeken van Indridason en alleen tv-bewerkingen van Mankell. Erlendur en Wallander zijn beide gescheiden mannen, beetje slonzig, maar met een groot geweten waardoor iedere zaak hen eigenlijk teveel raakt. Voor allebei is hun dochter degene die hen nog het meeste nabij staat, hoewel Wallander’s dochter het goed doet en die van Erlendur een junkie is. Het typisch IJslandse in deze boeken, de kleine gemeenschap waarin bijna iedereen elkaar kent of is gerelateerd en mensen ook op die manier met elkaar omgaan, maakt het gemoedelijk, en daardoor de misdaad nog meer een inbreuk. En in dit verhaal wordt heel slim gebruik gemaakt van het genetische project dat in IJsland is opgezet juist omdat het zo’n beperkte en geïsoleerde maatschappij is.