Julian Orley heeft een ruimtelift gebouwd, waarmee het mijnen van helium-3 op de maan opeens lucratief is geworden. Het laatste restant olie, voor hooguit nog een paar decennia, is in één klap vrijwel waardeloos geworden. Orley organiseert een reisje naar de Maan, naar zijn nieuwe luxe-hotel daar, voor een groep zeer rijke industrielen die hij wil laten investeren in een tweede lift. Ondertussen, in Shanghai, wordt internetdetective Owen Jericho ingehuurd om Yoyo, een cyberdissidente op te sporen. Zij is verdwenen nadat ze tijdens een hack-activiteit op informatie is gestuit die zij nooit had mogen zien. Iemand wil koste wat kost voorkomen dat zij die informatie verspreid en haar leven loopt gevaar. Maar Yoyo — en Owen — komen pas gaandeweg achter wat er allemaal achter de informatie zit, en wat het verband is met de groep mensen die inmiddels op de Maan wordt belaagd.
Na tien, soms hooguit honderd meter zag je niets meer in de nevel. Geen horizon, geen heuvel, geen bergrug, alleen het eenzame spoor van Carl op zijn weg naar het onbekende. Uit het stof kroop iets naderbij wat zich voedde met levensvreugde. het drukte zich tegen Evelyns borstkas en maakte het kinderlijk gevoel in haar los om te gaan huilen. De maan bestond uit dode materie, maar toch had ze tot nu toe steeds het gevoel gehad dat hij op de een of andere manier leefde, als een oud en wijs mens, een wonderbaarlijke Methusalem, wiens rimpels het scheppingsverhaal symboliseerden. Maar hier was de geschiedenis weggevaagd. Het onder normale omstandigheden poederige regoliet, met zijn zachte glooiingen en kleine kraters, had plaatsgemaakt voor een brokkelige, eentonige vlakte waarover iets heen leek te zijn gewalst dat het landschap compleet had veranderd. Even dacht ze de rand van een kleine krater te zien, maar terwijl ze ernaar keek, verdween hij. Puur gezichtsbedrog.
‘Er is hier niets meer waaraan je je kunt oriënteren,’ zei Julian tegen Amber. ‘De kevers hebben het landschap definitief veranderd.’
Kevers? Evelyn keek verbaasd. Ze kon zich niet herinneren dat ze ooit iets had gehoord over kevers op de maan. Maar wat ze ook deden, voor haar was het mishandeling. Overal zag het eruit alsof de maan was mishandeld. Het brokkelige spul was de as van een dode. Het strekte zich uit in naast elkaar lopende, vlakke richels, die leken op reusachtige ploegvoren. Alsof iets de bodem had omgeploegd.
‘Julian, het ziet er hier afgrijselijk uit,’ constateerde ze.
Schätzing’s vorige boek, De Zwerm, was spannender. Dat hield je echt de volle 1000+ pagina’s geboeid, zelfs de meer beschrijvende en beschouwende stukken. In dit boek zakt het zo nu en dan toch een beetje in. De thema’s van de twee boeken hebben gemeen, dat ze uitgaan van een alternatieve energie bron en kritisch zijn over de manier waarop we met onze planeet omgaan.